De Nederlanden gelden al eeuwen als bakermat van slimme waterbouwers die met dijken, kanalen en pittoreske poldermolens land van de Noordzee afdwongen. In het Oldambt, een gemeente in het uiterste noordoosten pal aan de Duitse grens, gebeurde echter het omgekeerde: waterbouwkundigen zetten land opnieuw onder water dat in eeuwenlange arbeid van de zee was afgetroggeld. In de late jaren 80 begonnen de eerste gedachtenspelletjes. Hun visie noemden ze »De Blauwe Stad« – de Blauwe Stad.Niet alleen de landerijen van Harry Steentjes moesten wijken voor het project, maar hele boerderijen, landwegen en enkele tientallen eigen woningen. Het gebied lag onder zeeniveau – zodra de bemaling werd stopgezet, keerde het water langzaam terug.
In 2005 stroomden de eerste liters water in het nieuwe Oldambtmeer, en symbolisch draaide zelfs koningin Beatrix de kraan open. Het was een spectaculair moment: uit akkerland werd een helder, groot meer dat de hemel weerspiegelt en een bijzondere rust uitstraalt.Lang leek het erop dat de visie nooit werkelijkheid zou worden. De provincie Groningen likte haar wonden van het tot dan toe mislukte woonproject Blauwestad. De economie herstelde langzaam van de kredietcrisis, en de prognoses over het aantal te bouwen huizen werden nooit gehaald. Tot 2015 werden exact nul percelen verkocht.
Toen kwam de ommekeer
Dankzij een politieke heroriëntatie en het plan van bouwondernemer Geveke ontstond een realistischer concept: statige huizen in het Havenkwartier, uniek in hun soort, die het hart van Blauwestad een gezicht moesten geven. De goedkoopste gingen voor minder dan 200.000 euro weg. Dat leidde aanvankelijk tot een politieke crisis in Oost-Groningen. De gemeenten Oldambt en Pekela waren woedend op de provincie Groningen, die het plan goedkeurde. Blauwestad zou inwoners uit omliggende dorpen aantrekken – en precies dat gebeurde. Toch bleek de beslissing van 2016 de juiste. Het Havenkwartier bracht de gewenste levendigheid, en sindsdien stijgt de perceelverkoop gestaag.
Dat was ook nodig, want de kosten waren enorm: 118 miljoen euro waren nodig om het landbouwland om te vormen tot een groot meer met percelen en recreatiegebieden. De provincie moest in totaal 37 miljoen euro afschrijven – maar inmiddels is daarvan al ongeveer 22 miljoen euro terugverdiend.In 2025 toont zich het succes: de jaarlijkse OZB-opbrengst (onroerendezaakbelasting) is gestegen tot 767.771 euro, en met de beschikbare percelen en de aanhoudende interesse zal die verder stijgen. Van de 1.200 percelen zijn er ongeveer 800 bebouwd. Het projectbureau Blauwestad is ervan overtuigd dat de rest de komende jaren volgt.

Vandaag de dag is Blauwestad een werkelijk prachtig oord: het grote meer glinstert in de zon, moderne huizen staan direct aan het water, en het kleine strand nodigt uit om te blijven hangen – met zand, ondiep water en uitzicht over het Oldambtmeer. De iconische Pieter Smit-brug (de langste fietserbrug van Europa) slingert zich elegant over het water en verbindt alles met Winschoten – een hoogtepunt voor fietsers en wandelaars. Het is een plek van ruimte, water en rust, die laat zien e uit een ambitieus project iets heel bijzonders is ontstaan.