Emmen is geen glinsterende techmetropool zoals Silicon Valley. Het is een rustige, door de wind geteisterde stad in het noordoosten van Nederland – functioneel, ingetogen, bijna onopvallend. Juist hier, in een onopvallend kantoor, werkte eind jaren negentig de Nederlandse ingenieur Jaap Haartsen aan een idee dat later miljarden apparaten met elkaar zou verbinden. Al als jongen in Den Haag was Jaap geen dromer die met zijn hoofd in de wolken liep, maar iemand die de wereld uit elkaar haalde om te begrijpen hoe die werkte. Terwijl andere kinderen buiten voetbalden, haalde hij thuis oude radio’s en televisies uit elkaar. Printplaten waren voor hem fascinerende landkaarten vol onzichtbare verbindingen. Hij wilde begrijpen hoe signalen reizen – zonder kabels.
De uitdaging
Begin jaren negentig kreeg Haartsen bij Ericsson een opdracht: apparaten moesten draadloos met elkaar kunnen communiceren – koptelefoons met mobiele telefoons, computers met randapparatuur – zonder lastige kabels, zonder ingewikkelde installatie en vooral betrouwbaar en energiezuinig. Maar Haartsen stond er niet alleen voor. Vanaf het begin werkte hij in een team dat samen aan de oplossing sleutelde. Vooral Sven Mattisson, die in 1995 bij hem kwam, speelde een belangrijke rol. Samen met andere ingenieurs bij Ericsson ontwikkelden ze de kerntechnologie. Tegelijkertijd werkten ook teams bij Nokia aan vergelijkbare ideeën. In plaats van tegen elkaar te concurreren, besloten de bedrijven uiteindelijk samen te werken.
Het probleem was alleen: de 2,4-gigahertzband, waarin zulke draadloze verbindingen werken, was al zwaar overbelast. Signalen van wifi, magnetrons, andere apparaten en zelfs naburige wifi-netwerken botsten voortdurend op elkaar. Informatie ging verloren, verbindingen vielen weg. Het was als een overvolle markt waar iedereen tegelijk stond te schreeuwen.In plaats van de storingen te bestrijden, vonden ze een elegante oplossing: ze weken ervoor uit – extreem snel en gecoördineerd. De oplossing heette frequency hopping: het signaal springt tot wel 1600 keer per seconde tussen 79 verschillende frequenties. Zender en ontvanger blijven daarbij perfect gesynchroniseerd, zodat ze elkaar nooit kwijtraken, zelfs niet in het chaos. Alsof twee mensen in een lawaaierige, volle ruimte niet harder gaan praten, maar razendsnel van plek wisselen en steeds precies dat ene moment vinden waarop de ander hen helder kan horen – zonder elkaar ooit uit het oog te verliezen. In Emmen werd deze techniek robuuster gemaakt en geschikt voor dagelijks gebruik. Hier droeg Haartsen met zijn team bij aan de voorbereiding van Bluetooth voor grootschalig gebruik.
Van Viking naar naam
De passende naam kwam in 1997/98 van Jim Kardach bij Intel. Hij stelde “Bluetooth” voor – naar de Deense koning Harald Blauwtand (Harald Gormsson) uit de 10e eeuw. Harald stond bekend om het verenigen van vijandige stammen en regio’s tot één sterk rijk. Hij bracht mensen samen die elkaar eerst bestreden. Precies zoals de nieuwe technologie verschillende apparaten en fabrikanten moest verbinden. In 1998 richtten vijf bedrijven de Bluetooth Special Interest Group (SIG) op: Ericsson, Nokia, Intel, Toshiba en IBM. Haartsen werd voorzitter van de groep die de draadloze protocollen standaardiseerde. Het logo, gebaseerd op twee oude Noordse runen, symboliseert tot op de dag van vandaag die verbinding.
Voor Jaap Haartsen en zijn team was het aanvankelijk “slechts” een technisch probleem dat opgelost moest worden. Pas jaren later werd duidelijk hoe groot de impact zou zijn. Vandaag communiceren miljarden apparaten geruisloos met elkaar: koptelefoons streamen muziek rechtstreeks naar je oren. Smartwatches wisselen data uit met smartphones. Auto’s communiceren met sensoren en andere voertuigen. Toetsenborden, luidsprekers, medische apparaten – alles is met elkaar verbonden.Het is opvallend dat Haartsen zelf lange tijd niet volledig besefte hoe sterk zijn idee de wereld zou veranderen. Voor hem was het een technisch probleem, niets meer dan dat – niet het begin van een wereldwijde revolutie. In al die onzichtbare gesprekken tussen apparaten leeft het idee voort van een jongen die simpelweg wilde begrijpen hoe stroom zich beweegt.