Het klimaatbeschermingsvonnis van het Bundesverfassungsgericht uit 2021 steunt in belangrijke mate op klimaatscenario’s van het IPCC. Het hof oordeelde daarin dat een mondiale temperatuurstijging van meer dan drie graden Celsius tot het jaar 2100 waarschijnlijk is en leidde daaruit verregaande beperkingen van vrijheidsrechten af. Precies dit extreme scenario met de naam RCP 8.5 werd echter op 7 april 2026 door 44 vooraanstaande auteurs van het IPCC zelf als niet meer plausibel beoordeeld.
Daarmee rijzen er fundamentele vragen over de wetenschappelijke basis van het Duitse klimaatbeleid. Op dit vonnis van het constitutionele hof en de toen gebruikte IPCC-scenario’s is namelijk de Duitse Klimaatbeschermingswet (KSG) gebaseerd met de aangescherpte doelen: 65 procent emissiereductie in 2030, 88 procent in 2040 en klimaatneutraliteit in 2045. Op basis daarvan werden onder meer de Wet op Hernieuwbare Energie (EEG), de Wet op de Energieprestatie van Gebouwen (GEG), de CO₂-heffing, de kolenuitstap en het verbod op nieuwe verbrandingsmotoren ingevoerd of aangescherpt. De waargenomen mondiale temperaturen laten tot nu toe een gematigd verloop zien. Sinds 1920 bedraagt de totale stijging ongeveer 1,2 tot 1,4 graden Celsius bij een gemiddeld tempo van circa 0,12 graden per decennium. Deze gematigde langetermijnstijging lag duidelijk onder de eerdere IPCC-prognoses van drie tot vijf graden opwarming tot 2100.
In een veelbesproken publicatie van het voorjaar 2026 verklaren 44 IPCC-wetenschappers onder leiding van prof. Detlef van Vuuren de extreme scenario’s uit de rapporten AR5 en AR6 als “niet plausibel”. Het RCP-8.5-scenario ging uit van een meer dan verdrievoudiging van de mondiale CO₂-uitstoot in de loop van deze eeuw – een aanname die zou vereisen dat de mensheid tot 2080 praktisch alle bekende reserves aan olie, gas en kolen volledig zou opbranden.
Het Bundesverfassungsgericht had zich in zijn vonnis van maart 2021 in de centrale motiveringen precies op dit RCP-8.5-scenario gebaseerd. Als het hof en de federale regering de toen reeds bestaande kritische discussie over deze modellen serieuzer hadden genomen, had dit latere conflict tussen de wetenschappelijke herbeoordeling en de wettelijke voorschriften mogelijk vermeden kunnen worden. Tegenwoordig wordt RCP 8.5 door vooraanstaande IPCC-auteurs zelf niet meer als realistisch beschouwd.
Ook de klimaatprotesten van Greta Thunberg en de Fridays-for-Future-beweging beriepen zich in belangrijke mate op deze extreme scenario’s. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat alle langetermijnvoorspellingen van het IPCC berusten op computermodellen – dus op simulaties waarvan de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de gemaakte aannames.
Een analyse van de Amerikaanse klimaatonderzoeker Roger Pielke Jr. laat bovendien zien dat de wetenschappers nu nog slechts zeven scenario’s hanteren. Zelfs het scenario met de hoogste emissies wordt door de auteurs zelf als onwaarschijnlijk aangemerkt. Het gaat uit van een verdere stijging van de emissies met 30 procent en is onder meer gebaseerd op de aanname dat de wereldbevolking zal groeien naar 14,5 miljard mensen – een aantal dat ver boven de huidige demografische prognoses ligt, die een maximum van negen tot tien miljard mensen verwachten.
Deze ontwikkelingen roepen de vraag op in hoeverre de politieke en juridische grondslagen van het klimaatbeleid, gelet op de geactualiseerde wetenschappelijke beoordelingen, herzien en indien nodig aangepast moeten worden.
IPCC-Publikation (Van Vuuren et al.)
Original-Paper (7. April 2026): https://gmd.copernicus.org/articles/19/2627/2026/ (Van Vuuren et al. – ScenarioMIP für CMIP7, erklärt RCP 8.5 / SSP5-8.5 als „implausible“)