Duitsland verkeert in een collectieve roes – en de oorzaak is een bultrugwalvis. Sinds het dier voor het eiland Poel in de Oostzee is vastgelopen, lijkt de Bondsrepubliek op een gekkenhuis. Onder de naam „Timmy” werd het zeezoogdier verheven tot ster van een nationaal spektakel waarvan de absurditeit nauwelijks nog te bevatten is. Privégeld stroomt binnen, welgestelde personen stellen zwaar materieel ter beschikking, en de politiek presenteert zich in de flitslichten van de camera’s, terwijl het langzame sterven van het dier live wordt uitgezonden. Deze golf van betrokkenheid zou je bijna menselijk kunnen noemen – ware het niet dat ze in schril contrast staat met de alledaagse realiteit. Terwijl voor een walvis de wereld wordt stilgezet, sterven in Duitse bedrijven dagelijks honderdduizenden varkens en miljoenen kippen. Het is een massasterven achter gesloten deuren, anoniem en zonder tranen, omdat deze levende wezens slechts nummers zijn in een systeem. Terwijl de hype rond de walvis de krantenkoppen domineerde, werden miljoenen landbouwhuisdieren gedood voor de vleesproductie. Voor hen waren er geen waakacties en geen cameraploegen.

Extra wrang is de rol van Till Backhaus, de minister van Landbouw van Mecklenburg-Voor-Pommeren. Hij laat zich momenteel neerzetten als een barmhartige redder. Het is dezelfde politicus onder wiens verantwoordelijkheid enorme agrarische complexen zijn ontstaan waarin dieren in krappe omstandigheden hun bestaan leiden. Toen enige tijd geleden tienduizenden varkens bij een stalbrand een pijnlijke dood stierven, bleef de mediastorm uit. Er waren geen emotionele persconferenties en geen reddingsacties. Maar bij „Timmy” kondigt hij nu aan hem „tot de laatste adem” bij te willen staan.

Regie boven expertise

Zelfs toen experts van de Internationale Walvisvaartcommissie duidelijk maakten dat het dier niet meer te redden was en euthanasie de meest humane oplossing zou zijn, koos men ervoor de show voort te zetten. Wekenlang baggeren en kostbare operaties kregen de voorkeur boven een snel einde – blijkbaar woog de waarde van ontroerende beelden zwaarder dan dierenwelzijn. Het eiland Poel veranderde ondertussen in een bizarre pelgrimsplaats: mensen die met spirituele rituelen en wierook „positieve energieën” wilden verspreiden, influencers die de stervende walvis misbruikten als decor voor hun content, en journalisten die in een eindeloze lus verslag deden van elke vinbeweging. Elke dag werd het exclusieve interview met de walvis verwacht.

Het echt verontrustende aan dit drama is niet het tragische einde van een walvis. Het is de selectieve empathie van een samenleving die openbaar en met veel media-aandacht rouwt om een dier met een naam, terwijl ze het miljoenvoudige leed van de naamloze dieren in de voedingsindustrie consequent negeert. Wat als er morgen op de visverpakking zou staan: „Inhoud: Lilly en Lorenz“? We vieren onszelf voor de reddingspogingen van één enkel dier, om ons geweten te sussen. En de politiek levert het perfecte decor, zolang de peilingen goed zijn en de camera’s draaien. Een triest schouwspel – niet alleen voor Timmy.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *