Locatie – Tankstation. Hier wordt de momenteel heersende stemming in het land zichtbaar. En die is gespannen en slecht. De oorzaak zijn de exorbitant stijgende benzineprijzen. In het centrum van de kritiek staat de staat, die al jaren als een soort liturgie herhaalt dat de situatie onder controle is. Ondertussen stijgen de prijzen voor diesel en super tot nieuwe recordhoogtes. De nieuwe 12-uursregel is al mislukt. De prijsstijgingen blijven – alleen iets geordender. Misschien een vorm van transparantie, maar goedkoper is het voor de burgers niet geworden. De regering verkoopt administratieve maatregelen als grote verlichting. Een betere vergelijkbaarheid van de prijzen helpt echter niemand die elke ochtend moet tanken om naar het werk te gaan. Hij ziet alleen het getal op het prijsbord – en dat is gewoon te hoog. Vooral in landelijke gebieden is een auto geen optie, maar een noodzaak, omdat het openbaar vervoer op veel plaatsen slechts spaarzaam is uitgebouwd.
Dat het de politiek aan concrete en voelbare oplossingen ontbreekt, werd op 26 maart 2026 in de Bondsdag bijzonder duidelijk: een ruime meerderheid van SPD, CDU/CSU, Groenen en Linken wees een voorstel af dat bedrijven en consumenten duurzaam van de huidige energieprijsschokken zou moeten verlichten. Het voorstel kwam van de AfD – en werd zoals verwacht met grote meerderheid verworpen. Daarmee maakt men het de AfD echter ook gemakkelijk om zich te profileren als de enige kracht die met “concrete oplossingen” komt. Wie weet dat zijn voorstellen alleen al vanwege de afzender geen kans maken, kan politiek zonder risico’s eisen stellen – en profiteert uiteindelijk zelfs van de demonstratieve afwijzing. Zo ontstaat de indruk dat niet de inhoud wordt beoordeeld, maar uitsluitend het partijlidmaatschap. En precies dat versterkt juist degenen die men eigenlijk klein wil houden.
Bovendien: zelfs als een nationale regering snel en direct verlichting zou willen bieden, stuit zij al snel op Europese grenzen. Pas nog heeft de Europese Commissie Spanje gewaarschuwd dat de geplande verlaging van de btw op brandstoffen van 21% naar 10% niet in overeenstemming is met het geldende EU-recht. Brussel staat erop dat dergelijke maatregelen “doelgericht” en “tijdelijk” moeten zijn – en vooral niet het gebruik van fossiele brandstoffen mogen stimuleren. Natuurlijk is de situatie ingewikkeld. De olieprijs is gestegen, de CO₂-prijs ligt in 2026 tussen 55 en 65 euro per ton en maakt brandstoffen extra duur. Maar dat is precies het punt: als alle belangrijke factoren al maanden bekend zijn – waarom lijkt de politiek dan bij elke nieuwe prijsstijging nog steeds verrast en radeloos?
Er ontbreekt eerlijkheid tegenover de burgers. Wie klimaatactie wil en daarvoor fossiele mobiliteit bewust duurder wil maken – bijvoorbeeld door stijgende CO₂-prijzen of andere heffingen – moet dat ook open en duidelijk zeggen. Wie tegelijkertijd pendelaars en bedrijven voelbaar wil ontlasten, moet concrete en direct werkende stappen leveren – en niet alleen nieuwe regels of beloften voor later. Wie beide tegelijk belooft, zonder een realistisch plan te hebben, belandt precies in de situatie waarin Duitsland zich vandaag bevindt: in een voortdurende discussie vol excuses en symboliek.