Rusland heeft aangekondigd de doorvoer van Kazachse olie naar Duitsland stop te zetten en voert daarbij technische redenen aan. Het Duitse ministerie van Economische Zaken ziet de energievoorziening daardoor niet in gevaar. Dat mag zo zijn. Voor Duitsland heeft dit echter aanzienlijke economische en energiepolitieke gevolgen. De PCK-raffinaderij waarborgt 1.200 directe banen en daarnaast werkgelegenheid bij ongeveer 2.000 toeleveranciers. Bovendien is zij van centraal belang voor de energievoorziening van Berlijn en Brandenburg. Met het stopzetten van de doorvoer valt een van de belangrijkste leveranciers voor de PCK-raffinaderij in Schwedt in Brandenburg weg. Waarnemers zien mogelijke politieke redenen, onder meer de nieuwe nauwe militaire samenwerking van Duitsland met Oekraïne, het 20e sanctiepakket en de aankondiging van de EU dat Duitsland vanaf 2026 geen Russische olie of gas meer zal kopen.
Voor de toch al gespannen energievoorziening in Europa is dit problematisch, want 43.000 vaten per dag komen uit Kazachstan – 2,146 miljoen ton in het jaar 2025. Dat was 44 procent meer dan in 2024. Alleen al in het eerste kwartaal van 2026 ging het om 730.000 ton. Dat komt overeen met ongeveer 17 procent van de totale aanvoer die de PCK per jaar verwerkt. Vanaf mei zal dit op nul vallen. De Duitse en Brandenburgse overheid onderzoekt alternatieven.
De stap komt niet helemaal onverwacht. Al op 9 maart had Poetin in het Kremlin publiekelijk verklaard: „De regering onderzoekt of we onze leveringen aan de Europese markt moeten stopzetten.” De PCK-raffinaderij is voor het merendeel eigendom van Duitse dochterbedrijven van het Russische staatsconcern Rosneft. Hoewel deze aandelen sinds 2022 onder controle staan van de Bundesnetzagentur, is Rosneft formeel nog steeds eigenaar. Met het stopzetten van de leveringen belemmert het Russische moederbedrijf indirect de operationele activiteiten van zijn eigen dochteronderneming. De PCK-raffinaderij is voor 54 procent in handen van Duitse dochterbedrijven van Rosneft, het Russische staatsconcern.
De Duitse energievoorziening staat voor meerdere uitdagingen. Terwijl het transitstop uit Rusland de voorziening in het oosten van het land beïnvloedt, kunnen geopolitieke spanningen in belangrijke scheepvaartroutes zoals de Straat van Hormuz de wereldwijde oliemarkt en daarmee ook de importprijzen voor Duitsland beïnvloeden. De uitbreiding van de Rostock-pijpleiding naar een capaciteit van 9 miljoen ton per jaar, nodig voor een bezetting van 75 procent van de raffinaderij, was sinds 2023 gepland met 400 miljoen euro aan federale middelen. De EU-goedkeuring voor staatssteun is tot op heden nog niet verleend. Duitsland kende dit gat in de voorziening dus al drie jaar – en heeft het niet gedicht. Daarbij komt nog iets wat men niet graag hardop zegt.
De Duitse minerale olie-industrie waarschuwde vorige week al dat de dieselvoorziening „fragiel” is. Sinds 28 februari worden dieseltankers midden op de Atlantische Oceaan omgeleid naar Azië, omdat Indiase en Chinese kopers hogere prijzen betalen. Europa verliest zijn Amerikaanse alternatieve bron precies op het moment dat de alternatieve bron uit het Midden-Oosten al weggevallen is. Fatih Birol, directeur van het Internationaal Energieagentschap (IEA), wees in maart al op de gespannen situatie van de wereldwijde energievoorziening. De gelijktijdige verkrapping van verschillende energiestromen op meerdere fronten wordt gezien als een bijzondere belasting voor de wereldmarkten. Het wegvallen van de Kazachse olieleveringen voor Schwedt zou deze situatie verder verscherpen. Deze stap markeert een ervaren keerpunt: na de publieke breuk door de ontploffing van de Nord Stream-pijpleiding in september 2022 volgt nu een stille, maar effectieve leveringsstop op 1 mei 2026. De gevolgen zijn direct voelbaar in de hoofdstad, waar mobiliteit voor 90 procent afhankelijk is van brandstoffen uit de PCK-raffinaderij.