Interview met Sabrina Wendt, burgemeesterskandidaat voor Papenburg 2026
Gesteund door CDU, FDP en het bedrijfsleven.

Mevrouw Wendt, u stelt zich verkiesbaar als partijloze burgemeesterskandidaat. Wat heeft u hier persoonlijk toe bewogen?

Laat ik beginnen met een wandeling. Afgelopen zaterdag stond ik om zes uur ‘s ochtends met Nala, onze hond, bij het Hauptkanal. Voor mij opende de stad zich in de mist, en ik dacht: Papenburg is gebouwd in het veen. Uit het niets. De Meyer Werft bouwt al 230 jaar schepen in een stad die daar eigenlijk te klein voor is, en transporteert ze door een Eems die daar eigenlijk te smal voor is. Dat is Papenburg: wij maken mogelijk wat elders voor onmogelijk wordt gehouden. Dat was ooit ons DNA. En ik vind dat we dat gaandeweg zijn kwijtgeraakt. Ik breng het weer terug.
Mijn motto „Papenburg kan meer. Stad van de mogelijkmakers“ is meer dan een slogan. Een mogelijkmaker is niet degene die het woord uitspreekt. Een mogelijkmaker is degene die de telefoon opneemt, de vergunning niet laat liggen en op de eerste dag vraagt: Wat kan ik voor u doen?

Acht jaar lang heb ik dit als economisch adviseur in het stadhuis met succes uitgedragen. Drie projecten uit die tijd zijn bijzonder belangrijk voor mij. Ten eerste het economische stimuleringsconcept van de stad als strategische basis voor het behoud van vakmensen, digitalisering, innovatie en regiomarketing. Het verbindt bedrijven, de overheid en andere actoren en vormt de stevige basis voor politieke beslissingen, het binnenhalen van subsidies en het concurrentievermogen van Papenburg op de lange termijn. Ten tweede de Papenburg Waardebon. Deze houdt de koopkracht in de lokale winkels en bij regionale dienstverleners, versterkt de binnenstad en is tegenwoordig voor veel bedrijven een belastingvrije extra secundaire arbeidsvoorwaarde voor werknemers. Een klein idee met een grote regionale impact. Ten derde de Value Port Papenburg, die ik in de Noordhaven heb geïnitieerd. De toenmalige minister van Economische Zaken van Nedersaksen, Bernd Althusmann, noemde dit het paradepaardje van Nedersaksen. De deelstaat steunde het project met ongeveer 16,3 miljoen euro, en het district Emsland droeg nog eens 4,4 miljoen euro bij. Uit een terrein dat al decennia braak lag, ontstaat nu een trimodale locatie voor de maritieme sector, industrie en toekomstige technologieën.

Met de tijd merkte ik dat een succesvolle strategie werd ingewisseld. Ik kon niet meer datgene voor de stad betekenen wat belangrijk was en waarmee ik zo succesvol voor Papenburg, haar bedrijven en haar burgers had gewerkt. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen en ben in 2024 vrijwillig vertrokken. Sindsdien ben ik directeur van de economische vereniging Wirtschaftsverband Emsland en de Emsländische Stiftung Beruf und Familie.Wat de raadsnotulen sinds februari 2024 laten zien, bevestigt mijn gelijk: het aantal actieve economische besluiten per jaar is met 60 procent gedaald, en de bestemmingsplannen zijn gehalveerd. Dit zijn harde cijfers uit het raadsinformatiesysteem. Ze tonen aan dat deze stad een plan en een motor nodig heeft.

Een stad repareer je als er iets kapot is. Een stad bouw je op als ze wil groeien. Papenburg is niet kapot. Papenburg is er klaar voor. Ik kom terug omdat mensen mij hebben gevraagd of ik bereid ben om weer verantwoordelijkheid te dragen. Weer mogelijk maken in plaats van tegenhouden. Dat is mijn opdracht. En die neem ik aan.

Papenburg is sterk afhankelijk van de Meyer Werft en de vele toeleveranciers. Hoe wilt u de lokale economie concreet versterken?

Laat ik beginnen met een verhaal dat symbool staat voor vele andere praktijkvoorbeelden. Een ondernemer koopt een bedrijfskavel in Papenburg. Tot aan de aankoop verliep alles vlekkeloos. Maar daarna begon het wachten. Wekenlang, maandenlang. Op reacties, op documenten, op vergunningen. Architecten en bouwbedrijven vertellen dat soortgelijke bouwprojecten in andere gemeenten veel sneller worden afgehandeld.

Uiteindelijk zei deze ondernemer tegen mij: „Nooit weer Papenburg.“ Zolang ik dat soort signalen krijg, is de economische duurzaamheid van onze stad geen abstract doel. Het is het fundament voor al het andere. Voor belastinginkomsten, banen, levenskwaliteit, nieuwe vestigingen, en sociale en culturele voorzieningen. Als de economie verzwakt, is er aan het einde van de rit geen geld meer voor het zwembad, de verenigingen, de scholen en de kinderopvang.De situatie is ernstig. De meerjarenplanning laat voor 2026 een tekort zien van 4,92 miljoen euro, het hoogste tekort sinds de invoering van het dubbel boekhouden in 2010. De schuld per inwoner stijgt volgens de planning tot 2029 van 257 euro naar 2.100 euro. Een vermenigvuldiging met factor acht.

Wat dit concreet betekent voor de mensen, zie je dagelijks in de praktijk. De jonge gezinsvader die een eigen huis wil bouwen, wacht al 18 maanden op een bouwkavel omdat er geen nieuwe locaties worden vrijgegeven. Hij verhuist uiteindelijk naar Börgermoor, Leer, Rhede of Dörpen. De toeleverancier van de werf die wil uitbreiden, vindt geen geschikte bedrijfskavel en investeert daarom elders, waardoor ook die banen elders ontstaan. En de afdelingsmanager moet elke dag ver pendelen omdat de opvangtijden in Papenburg buiten de standaarduren tekortschieten, waardoor haar gezin overweegt om hier helemaal weg te verhuizen.

Dat ga ik omdraaien. Concreet plan ik één vast aanspreekpunt voor elk bedrijf volgens het one-stop-shop-principe in het stadhuis. Eén persoon, één telefoonnummer, één antwoord vanaf de eerste dag. Daarnaast zal ik structureel één bedrijfsbezoek per week afleggen, persoonlijk en direct op de werkvloer. Ik zal tot aan de verkiezingsdag 30 bedrijven en verenigingen bezoeken en dit ook daarna voortzetten. Tot het einde van de bestuursperiode worden er 250 nieuwe bouwkavels gerealiseerd, stapsgewijs opgebouwd: 60 kavels in 2027, 80 in 2028 en 110 in 2029. Dit wordt bindend vastgelegd met een duidelijke verdeling per stadsdeel in het bestemmingsplanbesluit in het eerste kwartaal van 2027. Door persoonlijke acquisitie, ondersteuning en mijn netwerk ga ik jaarlijks minstens vier nieuwe bedrijven actief naar Papenburg halen. Dit is een duidelijk commitment aan Papenburg als technologie- en industriestad. Een burgemeester geeft richting en impulsen, en laat zich niet opjagen. Dat is mijn definitie van het ambt.

Waar liggen volgens u de grootste obstakels binnen de gemeentelijke organisatie, en hoe wilt u deze wegnemen?

De grootste rem op de organisatie is niet de individuele medewerker. In mijn tijd had het stadhuis een geweldig en gemotiveerd team. Die teamgeest en die energie breng ik weer terug. Het probleem ligt bij de huidige structuren en de cultuur. We hebben in Papenburg veel betrokken, deskundige mensen in de ambtelijke organisatie. Maar ze werken in een systeem dat eerder het tegenhouden beloont dan het mogelijk maken.

Ik zie hierin drie hoofdblokkades en de bijbehorende oplossingen. Het eerste obstakel zijn de lange wachttijden en onduidelijke procedures. Een bouwaanvraag duurt tegenwoordig vaak maanden, en burgers weten niet waar ze aan toe zijn en wie de beslissing neemt. Mijn plan hiervoor is een digitaal burgerportaal met status-tracking, net zoals bij het volgen van een postpakket. U ziet op elk moment precies waar uw aanvraag ligt. Dit moet uiterlijk in juni 2027 zijn ingevoerd. Andere steden doen dit al lang, wij gaan dit nu snel inhalen. Het tweede obstakel is de slechte bereikbaarheid en het gebrek aan vaste contactpersonen. Wie iemand bij de gemeente nodig heeft, belandt te vaak in de wachtrij. Mijn plan omvat duidelijke persoonlijke verantwoordelijkheden voor bedrijven en investeerders via het one-stop-principe, evenals vaste spreektijden en bindende reactietermijnen. Wat in het bedrijfsleven de normaalste zaak van de wereld is, moet ook in het stadhuis kunnen. Het derde obstakel is een organisatie die tegenwoordig te snel „Nee, omdat…“ zegt. Ik wil dat er weer eerst „Ja, mits…“ wordt gezegd, om vervolgens de juiste weg te wijzen. Dat is het moeilijkste en tegelijkertijd het belangrijkste. Een moderne overheid vraagt niet wat ertegen spreekt, maar hoe het wél kan. Mijn plan betekent leiderschap tonen vanaf de voorkant, en dat begint in de kamer van de burgemeester. Ik neem de organisatie vanaf dag één mee, ga bijscholen, ondersteunen en ontlasten, in plaats van van bovenaf opdrachten te dicteren. De medewerkers zijn niet het probleem, zij zijn juist een deel van de oplossing als je ze de ruimte geeft.

Ik beloof geen wonderen, maar wel duidelijkheid. Er komt binnen 14 dagen een reactie, ook als die reactie luidt dat we het op dat moment nog niet precies weten. Al vóór de verkiezingen start ik met het burgerpanel, een meldsysteem in vijf categorieën met een reactietijd van 48 uur, waarbij elke melding gegarandeerd een antwoord krijgt. Dat is burgerparticipatie met een bindend karakter, en een voorproefje van de bestuursstijl die ik na 13 september wil opbouwen. Bureaucreatie afbakenen betekent niet dat we de normen verlagen. Het betekent dat we de lijnen korter maken, dubbel werk schrappen en digitalisering en ontbureaucratisering serieus nemen. Dat is mogelijk. Er is alleen iemand voor nodig die het wil en die de moed heeft om het uit te voeren. Die persoon ben ik.

Hoe wilt u in Papenburg zorgen voor nieuwe huisvesting die betaalbaar, duurzaam en generatiebestendig is?

Betaalbare woonruimte ontstaat niet door programma’s alleen. Het ontstaat door beschikbare grond, snelle procedures en een slimme mix. Wensen zijn geen plannen, maar dit is de mijne, steunend op drie pijlers.De eerste pijler is het activeren van bouwgrond. We gaan zorgen voor 250 nieuwe bouwkavels tot aan het einde van de bestuursperiode, verdeeld over de jaren 2027, 2028 en 2029. Dit is een harde afspraak. Ik ga dit samen met de stadsdelen plannen, zodat Aschendorf, Bokel, Herbrum, Tunxdorf, Nenndorf, Untenende en Obenende allemaal hun steentje bijdragen en er zelf ook het voordeel van inzien. Niet alles moet in de stadskern worden gepropt en niet alles moet in het buitengebied. Het eerste stadsdeelpact wil ik uiterlijk op 31 maart 2027 rond hebben. De tweede pijler betekent een gezonde mix in plaats van eenvormigheid. Voor jonge gezinnen creëren we kavels met duidelijke voorwaarden en een gemeentelijke uitgifte op basis van sociale en lokale criteria, volgens een lokaal toewijzingsmodel. Voor senioren plannen we drempelvrije woningen in de eigen wijk, zodat mensen oud kunnen worden in hun vertrouwde omgeving. Voor vakmensen en starters op de arbeidsmarkt komen er kleinere huureenheden, juist bij nieuwe bedrijfsinitiatieven. Daarnaast zetten we in op inbreiding binnen bestaande wijken in plaats van alleen maar uit te breiden aan de randen, wat kostbare grond bespaart en gebruikmaakt van de al aanwezige infrastructuur. Die derde pijler is duurzaamheid als standaard, niet als pesterij. Energetische normen zijn zinvol, mits ze pragmatisch worden toegepast. Bouwen in Papenburg wordt sneller, duidelijker en beter calculeerbaar, zonder overregulering en torenhoge kosten door eindeloze extra eisen. We maken consequent gebruik van wat financieel haalbaar is en zichzelf terugverdiend, zoals zonnepanelen, warmtenetten en een slimme wijkplanning.

Generatiebestendig betekent: wie hier opgroeit, moet hier kunnen blijven wonen. Wie hier oud wordt, moet hier kunnen blijven wonen. En wie hier nieuw komt wonen omdat hij of zij bij de werft, in het mkb, in de bouw of bij een start-up werkt, moet een woning kunnen vinden die past bij het inkomen. Mijn man en ik zijn na vijf jaar Oostenrijk heel bewust teruggekeerd naar Papenburg. Hier wonen onze mensen, hier ligt ons thuis. Die mogelijkheid om een thuis te kiezen en te vinden, wil ik bieden aan iedereen die bij ons hoort of naar ons toe komt.

Wat schiet er in Papenburg tekort als het gaat om kinderopvang en scholen, en hoe wilt u alle generaties betrekken?

Als moeder van twee kinderen van 16 und 12 jaar oud, weet ik dat een stad pas echt goed is voor gezinnen als de dagelijkse logistiek klopt. Qua capaciteit dekt onze stad de vraag naar kinderopvangplekken over het algemeen redelijk af. Waar het knelt, en dat hoor ik van veel gezinnen – met name waar beide ouders werken of in ploegendienst zitten – zijn de opvangtijden aan de randen van de dag: de vroege ochtend, de late middag en de avonduren. Wie bijvoorbeeld om zes uur ‘s ochtends begint of tot ‘s avonds laat in de ploeg staat, vindt heel moeilijk een plek waar het kind veilig en goed opgevangen kan worden.

Dat de Meyer Werft samen met het Duitse Rode Kruis een eigen bedrijfscreche heeft opgezet, de opvang Nautilus, laat zien dat deze behoefte heel reëel is. Anders had een bedrijf dit nooit zelf gedaan. Maar ook Nautilus sluit om 17.00 uur. Voor een industriestad waar continu in ploegendienst wordt gewerkt, is dit een open zenuw.

Mijn plan voorziet allereerst in het garanderen van voldoende opvang als kerntaak, met volledige transparantie. De gemeente zal vanaf het eerste kwartaal van 2027 elk kwartaal openlijk rapporteren waar er tekorten zijn, juist bij de flexibele randtijden, zodat ouders dit niet zelf hoeven uit te zoeken. Flexibele opvang en opvang aan de randen van de dag gaan we samen met de opvangorganisaties en het bedrijfsleven aanpakken. Samen met de bedrijven, het Rode Kruis, Caritas, Diakonie en de Kamer van Koophandel (IHK) start ik vóór 30 september 2027 een bindend samenwerkingsverband voor flexibele opvang in Papenburg, gevolgd door twee pilotgroepen vanaf het voorjaar van 2028. Daarbij hoort ook een betere waardering en betaling van de pedagogisch medewerkers binnen de gemeentelijke mogelijkheden. Dat is pure economische politiek: zonder goede opvang geen vakmensen, zonder vakmensen geen industrie en zonder industrie geen levenskwaliteit. Scholen moeten worden gezien als plekken om te leren én te leven, wat investeringen vereist in renovatie, digitalisering en gezonde schoolmaaltijden. School is tegenwoordig een dagvullende aangelegenheid, dus moet de uitrusting daar ook naar zijn. Een eerste concreet stappenplan voor de scholen ligt er uiterlijk op 31 december 2026.

Generatiebestendig betekent voor mij dat elke levensfase in Papenburg perspectief heeft. Voor kinderen en jongeren betekent dit veilige schoolroutes, goede speeltuinen, een jeugdcentrum, actieve sportverenigingen en een gemeente die niet over hen, maar mét hen plannen maakt. Voor jonge volwassenen en gezinnen creëren we woonruimte, goede opvang, aantrekkelijke banen en vrijetijdsvoorzieningen. De middengeneratie heeft behoefte aan een betrouwbare infrastructuur, goed onderwijs voor de kinderen en een goede balans tussen werk en mantelzorg. Voor senioren borgen we een toegankelijke, drempelvrije stad, goede voorzieningen in de eigen wijk, ontmoetingsplekken en mobiliteit. Iedereen die mij een vraag stuurt over zijn of haar specifieke levensfase, krijgt binnen een paar dagen antwoord, zelfs als dat antwoord is dat we het op dat moment nog niet precies weten. Een stad die maar voor één generatie werkt, werkt op den duur voor geen enkele generatie. Papenburg wordt een aantrekkelijke stad voor alle levensfasen.

Wat wilt u concreet doen om vrijwilligers te ontlasten en te zorgen voor meer erkenning?

Het vrijwilligerswerk is naast de economie de tweede grote steunpilaar van Papenburg. Van de vrijwillige brandweer en de schietverenigingen tot de sportclubs, de voedselbank, culturele initiatieven en buurtsteun: zonder vrijwilligers zou Papenburg een heel andere stad zijn. Een armere stad.Maar wie zich tegenwoordig vrijwillig inzet, is vaak meer tijd kwijt aan formulieren, regels en de administratie dan aan de eigenlijke taak. Dat jaagt met name jongere mensen weg uit het vrijwilligerswerk. Dat ga ik omdraaien.

Mijn belofte is dat er niet bezuinigd gaat worden op de ondersteuning van vrijwilligers. Integendeel. De subsidieregeling voor de sport met een vast percentage van 30 procent, die de commissie onlangs nog met succes heeft verdedigd tegen een bezuinigingsvoorstel vanuit de ambtelijke top, blijft ongewijzigd overeind. Wie het verenigingsleven wil steunen, bezuinigt niet op de clubs, maar investeert er juist in.

Hiervoor zet ik in op drie concrete versnellingen. Ten eerste gaan we de bureaucratie merkbaar terugdringen. Er komt één centraal loket voor vrijwilligers in het stadhuis dat aanvragen bundelt, formulieren vereenvoudigt en actief helpt bij vergunningen. Dat betekent één vast aanspreekpunt in plaats van het kastje-naar-de-muureffect, met een opening uiterlijk op 1 april 2027. Ten tweede maken we de ondersteuning betrouwbaar door heldere criteria, snelle uitbetaling en voorspelbare budgetten, zodat verenigingen op de gemeente kunnen bouwen en niet elk jaar opnieuw in onzekerheid zitten. Ten derde maken we de maatschappelijke erkenning zichtbaar. Een jaarlijkse vrijwilligersprijs die echt aanzien geniet, zal in mei 2027 voor het eerst worden uitgereikt. Daarnaast komt er erkenning in het straatbeeld via een speciale ‘vrijwilligersboulevard’, een digitaal vrijwilligersmagazine van de stad en een structureel spreekuur van de burgemeester speciaal voor verenigingen. Heel belangrijk vind ik dat ik als burgemeester zelf gezicht laat zien bij de clubs en initiatieven op de grond; niet alleen bij officiële jubilea, maar juist tijdens een trainingsavond, bij het opbouwen of bij het opruimen. Dat doe ik oprecht en niet voor een snel kiekje op sociale media.

U spreekt over klimaatbescherming. In het voorjaar van 2026 werden de meest extreme IPCC-scenario’s (RCP8.5 / SSP5-8.5) officieel als niet langer aannemelijk geschrapt. Hoe gaat u hiermee om, en welk duurzaamheidsbeleid staat u voorstaan voor Papenburg?

Wetenschap is altijd in beweging. Het is een goede zaak dat extreme scenario’s op basis van nieuwe data kritisch worden herzien. Dat verandert echter niets aan het feit dat de klimaatverandering realiteit is en dat een haven- en werfstad als Papenburg daar concreet de gevolgen van ondervindt, of het nu gaat om stormvloeden, extreme neerslag, hittegolven of veranderingen in het stroomgebied van de Ems.

We hebben allemaal de beelden nog scherp op het netvlies van de wateroverlast rond de kerstdagen van 2023 und 2024, en we herinneren ons de jaarmarkt (Augustmarkt) die binnen twee uur blank stond. Het riool- en afwateringssysteem is inmiddels meer dan zestig jaar oud, en de hoeveelheden water die we nu te verwerken krijgen zijn van een heel andere orde. Dat is geen abstracte klimaatdiscussie, maar concrete verantwoordelijkheid voor het gezin waarvan de kelder tegenwoordig twee keer in plaats van één keer per tien jaar onderloopt.

Mijn benadering hierin is pragmatisch en typisch Papenburgs. De eerste stap is preventie op de plekken waar het ons direct raakt: hoogwaterbescherming aan de Ems, het weerbaar maken van de wijken tegen extreme regenval en hittepreventie in de stad en de woonbuurten. Een eerste risicokaart voor extreme neerslag voor alle stadsdelen zal in september 2027 gereed zijn. Hier wordt geen cent te veel uitgegeven, maar we nemen wel onze verantwoordelijkheid in plaats van de problemen af te schuiven. De tweede stap is dat we duurzaamheid dáár doorvoeren waar het simpelweg geld bespaart. Dit betreft de energetische renovatie van gemeentelijk vastgoed, het leggen van zonnepanelen op de eigen daken, de aanleg van warmtenetten waar dit rendabel is en schone mobiliteit op plekken waar de burger er echt wat aan heeft. De graadmeter is niet een politieke ideologie, maar of het werkt en of het onder de streep goed is voor Papenburg. De derde stap betekent een streep door symboolpolitiek die ten koste gaat van de burger en de lokale economie. Aan geen enkel gezin en aan geen enkele ondernemer worden regels opgelegd waarvan de kosten niet in verhouding staan tot het resultaat. Duurzaamheid moet haalbaar zijn in het dagelijks leven, sociaal rechtvaardig en economisch dragend, anders doet niemand mee en schiet het klimaat er uiteindelijk ook niets mee op. De vierde stap ziet de natuur en de agrarische sector als volwaardige partners. We hebben in Papenburg sterke boerenbedrijven en prachtige, intacte natuurgebieden. Samen met hen, en niet tegen hen, geven we vorm aan de verandering via veenbescherming, natuurherstel en het versterken van de regionale keten. Dat is klimaatbeleid dat juist werkgelegenheid oplevert in plaats van banen te vernietigen. De eerste ronde tafel met de landbouworganisaties, natuurbeheer en de gemeente zal ik vóór 30 november 2026 bijeenroepen. Pragmatisch betekent voor mij dat we doen wat bewezen effectief is en wat echt resultaat boekt. We zadelen de mensen niet op met maatregelen die er alleen op papier leuk uitzien. Dat is de politiek van de mogelijkmaker, ook als het om het klimaat gaat.

Mevrouw Wendt, en hartelijk dank voor uw tijd!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *