“Autovrije binnensteden“ is een van die discussies die steeds weer oplaait – vaak voortgestuwd door dezelfde groene activisten en journalisten, wier eigen leefwereld ver verwijderd lijkt van die van de meeste burgers. Zoals zo vaak wordt ze puur moreel gevoerd en nauwelijks praktisch. „Niemand heeft een eigen auto nodig“, lees je dan in de commentaarsecties. Want wat de Duitsers nodig hebben en wat niet, dat beslissen blijkbaar al geruime tijd de „betere mensen“.

Natuurlijk komt er ook verzet. Men wijst op de gevolgen voor winkeliers en leveranciers of op de problemen voor ouderen en mensen met een handicap, die afhankelijk zijn van een auto. Maar ook deze tegenstemmen argumenteren vaak moreel – kleine middenstand versus grote online-concerns, kwetsbare groepen in plaats van algemene vrijheid. Daarmee accepteert men echter de verkeerde logica: dat de vrijheden van de burger plotseling moreel gerechtvaardigd moeten worden. Zo werkt het niet.

Want zodra je je belangen alleen nog via bijzonder kwetsbare minderheden verdedigt, volg je precies die denkwijze waarin normale behoeften pas meetellen als je bij een „benadeelde“ groep hoort. Maar wat is er met de normale burger, die noch oud noch ernstig gehandicapt is? Mag die niet serieus genomen worden? Wat is de werkende, belastingbetalende middenklasse – de eigenlijke meerderheid – in dit land nog waard, waarin het vooral lijkt te gaan om de luidruchtigste „gediscrimineerde“ minderheden? En wat met de mensen op het platteland, die nauwelijks een andere manier hebben om zich te verplaatsen?

De morele knuppel

Wanneer is het begonnen dat we ons tegenover onze medeburgers voor van alles en nog wat moeten verantwoorden? Wie zijn die mensen die plotseling overal opduiken en precies aan hen die het land draaiende houden, willen voorschrijven hoe ze moeten leven? Wat is er geworden van het goede oude „Ik doe het omdat ik er zin in heb en omdat het mijn goed recht is“? Dat is een volkomen voldoende argument. Niet de burger moet zich verantwoorden voor het behoud van zijn vrijheden, maar degenen die ze hem willen afnemen. Zolang voor veel mensen een elektrische auto vanwege de hoge aanschafkosten, beperkte actieradius in de winter, onvoldoende laadinfrastructuur op het platteland, ontbrekende alledaagse bruikbaarheid en de aanzienlijke milieubelasting door de batterijproductie nog lang geen gelijkwaardig alternatief is – om nog maar te zwijgen van de open vragen rond de verwijdering en recycling, die in Europa op dit moment in veel gevallen nog niet economisch en grootschalig functioneert –, zolang heeft niemand, noch activist noch politicus, het morele recht om de burger zijn auto af te spreken.

Autorijden betekent niet alleen individuele vrijheid om op elk moment van de dag of nacht ergens naartoe te kunnen rijden, maar ook veiligheid. Wie ooit ’s nachts alleen in een trein of op een slecht verlichte halte heeft gestaan en zich ongemakkelijk heeft gevoeld, weet precies wat bedoeld wordt. Veel vrouwen mijden het openbaar vervoer ’s nachts met goede reden – enquêtes laten al jaren zien dat een groot deel van hen zich daar onveilig voelt. Het openbaar vervoer kan veel, maar geeft niet dezelfde persoonlijke veiligheid als de eigen auto.

Daarnaast komt de pure praktische realiteit: Op het platteland is er vaak gewoon geen fatsoenlijk alternatief. Voor iemand die in een dorp woont, 15 km van het dichtstbijzijnde station, is „autovrij“ geen lifestyle-statement, maar een aanslag op de eigen levenskwaliteit. Hetzelfde geldt voor ambachtslieden, zorgdiensten, mobiele dienstverleners en vele andere beroepsgroepen.

Moraliserende debatten als bewijs

Moraliserende debatten ontstaan bijna altijd daar waar de inhoudelijke argumenten dun zijn. Het gaat om geloof, niet om feiten – en vooral om de eigen leefwereld als universeel geldig te verklaren en die aan iedereen op te dringen. Maar zo werkt een vrije samenleving niet.

De normale burger hoeft zich er niet voor te verontschuldigen dat hij een auto wil gebruiken. Niet voor zijn gemak, niet voor zijn veiligheid en al helemaal niet voor zijn vrijheid. De bewijslast ligt niet bij hem, maar bij degenen die hem die vrijheid willen afnemen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *